2026 ‘Randschade’ in de media

Recensie in Kunsttijdschrift Vlaanderen (Jooris Van hulle)
Een fragment: “… Dat hier nadrukkelijk wordt gefocust op het lichaam – zie ook het enig mooie gedicht ‘Even, met onder meer deze verzen: ‘Liever maak ik muziek in je aders / volg ik de omloop van je hartslag’ – heeft te maken met de ‘randschade’ die de ik uit de gedichten blijvend ondergaat in zijn strijd tegen ziekte, dood en vergankelijkheid….”. En als afsluiter: n de beheerste verwoording, met een strofebouw die nergens als zijnde geforceerd overkomt en met verzen die hun intrinsieke zegging versterkt weten door het aanwenden van allitteraties, binnen- en eindrijmen, bevestigt Johan Clarysse al het goede dat eerder werd geschreven bij zijn debuut.” Voor de volledige recensie, zie: https://www.kunsttijdschriftvlaanderen.be/recensies
RECENSIE DANIEL FRANCK IN ‘DE SCHAAL VAN DIGHTER’
“Deze bundel biedt een coherent en open verhaal, waar de woorden adequaat hun werk mogen doen in een direct toegankelijke en heldere taal. Voortdurend wordt de spanning opgezocht tussen de blik van de dichter en zijn gevoelswereld. Dat gebeurt aan de hand van vrije verzen, in een opvallend rustig ritme, met korte, afgemeten observaties, sober maar helder en raak van taal… Overal is de zegging welluidend en de gedichten vertonen een opvallende rijkdom aan treffende zinnen en observaties: “het manuscript van de avond”; “de ochtend die tussen de lakens klimt”; “een vertrouwde nacht die tegen de ramen tikt”; “oktober ligt als een natte dweil aan je stoep”; “ergernis krult in mij als een verbrande lucifer”…” Volledige recensie zie: https://digther.blogspot.com/2026/08/een-afgemeten-spreidstand-daniel-franck.
Recensie Wouter van Heiningen: ‘POËZIE ALS EEN GESCHENK’
“Voor wie van poëzie met diepgang houdt, voor wie de twijfelaar in zichzelf de ruimte gunt, voor wie van fraaie poëtische zinnen en gedachten houdt, voor die persoon is de poëzie van Johan Clarysse een geschenk…” En verder: “…De dichter heeft een lijfelijke verhouding tot de zaken. Zoals Marc ’s morgens de dingen begroet in het gedicht van Paul van Ostaijen maar dan in hele andere bewoordingen. De dichter is een plattegrond, de avond heeft een manuscript, maakt muziek in de aders van de ander, breekt de ochtend open, danst op het koord tussen tuin en wereld, hart en getal. Je zou kunnen spreken van zintuigelijke poëzie maar het is meer, het is een totaalbeleving van de dagelijkse dingen, de ervaringen en de ontmoetingen. Voor de volledige recensie zie: https://woutervanheiningen.com/2026/07/06/randschade/
‘HINDERLAAG’: GEDICHT VAN DE MAAND IN ‘WOORDENTIJ’
Het gedicht ‘Hinderlaag’ uit de bundel is onlangs gekozen als gedicht van de maand door de literaire vereniging Woordentij : https://woordentij.weebly.com/het-uitverkoren-gedicht.html en een bespreking van datzelfde gedicht is gepubliceerd in het literaire magazine Roer: https://www.roer.me/post/heksenvingers-en-wijnrode-bloemen
RECENSIE NBD BIBLION
” …. In de cycli Lijfspraak, Baken, Doodgewoon, Tussentijdse berichten en Wie niet kijkt, ziet niet lezen we 35 trefzekere gedichten waarin taal tijdelijk soelaas biedt voorziekte en pijn. Observaties van eigen ziekteproces met regels als: ‘Door het oog van een naald kruip je niet/je wandelt erdoor, rug rechtop
(…)’ Of: ‘De klaagstoel/aan mijn bed schroef ik los.’ In Doodgewoon verhaalt Schim over doodsangst: ‘Zeg mij hoe zijn zeisblad zingt(…)//waarom zijn klok zo wispelturig tikt?// Stemmen vriendelijke dichters hem milder?’ Het laatste huis in Tussentijdse berichten gaat over zijn oma: ‘In haar zelfbouwpakket van kinderlijke wensen vindt ze terug wie je bent, even/zoals een schommel op zijn hoogste punt’.
De gedichten voor ‘oproepers’, kwetsbare bellers van de telefonische hulpdienst leveren prachtige regels. Voor oproeper J:’ kilo’s huwelijk hangen/als keien rond je nek’ of voor Z: ‘je loopt een record in afstand tot elkaar’… een dankbare leeservaring. Bestelnummer: 2026250852